Zwerende vingers van een aanstaande wethouder

“Dus jíj wordt wethouder..?”

Op 18 maart 2026 waren er gemeenteraadsverkiezingen. In de weken daarna spraken her en der betrokkenen in openheid of achterkamers volop over te vormen coalities. Oude rekeningen worden vereffend, nieuwe beloften gedaan, mensen gepolst. En jawel: ook jouw naam staat op lijstjes – alle kans dat je zelfs aan het meeonderhandelen bent. Weet je al hoe je dat straks gaat doen? ‘Wethouden’?

In principe kan iedere stemgerechtigde inwoner wethouder worden, of je nu keurslager, leraar Nederlands of provincieambtenaar bent. Als je politiek actief bent en in de ogen van voldoende mensen op de juiste plek voldoende slimme dingen zei, kun je geroepen worden tot het dagelijks bestuur van je gemeente. Of je wringt jezelf er listig tussen, dat kan natuurlijk ook.

Ambt
Je maakt vanaf je beëdiging onderdeel uit van het college van burgemeester en wethouders. Vanaf nu word je geacht wethouder te zijn voor álle inwoners, ondernemers en bezoekers van jouw gemeente. Vanuit de samenleving krijg je commentaar en kritiek, vanuit de provincie en de Rijksoverheid opdrachten en jouw partijgenoten en -vrienden hebben ook zo hun wensen en verwachtingen – we schreven er al eerder over.

Precies in dat krachtenveld heb jij je staande te houden. Aan jou om, binnen jouw portefeuille, belangen af te wegen, schaarste te verdelen en mensen blij te maken. Door op hún feestje te verschijnen, hún winkel te openen, hún verenigingsbestuur te lauweren, hún gezichtspunt te kiezen.

Ze slaan je op de schouders zolang je hún toffe peer bent. Maar verwacht niet te veel mededogen als je een keer een besluit neemt dat tegen hún deelbelang in gaat. Dan opent zich met een beetje pech een ritsel- en geruchtencircuit waarin zelfs jouw kinderen doelwit worden.

Daar kun je je allemaal mentaal tegen wapenen, zeker als je collega-wethouders, burgemeester, gemeentesecretaris en onafhankelijke adviseurs je eerlijk durven spiegelen en adviseren. Van een paar vuistregels ben je je idealiter vanaf dag één bewust:

Je bekleedt een ambt
Als wethouder bekleed je een post die groter is dan jijzelf. Jij belichaamt macht. Dagelijks heb je mensen om je heen die iets van de wethouder willen. Ambtenaren hopen dat hij hun werk waardeert. Ondernemers hopen dat hij hún aanvraag voorrang gunt. Subsidieaanvragers doen alsof zonder zijn goedkeuring hun leven geen zin meer heeft. Raadsleden, van coalitie en oppositie, zien om allerlei motieven met argusogen toe op zijn doen en laten. In hun kielzog pers en publiek: klopt het allemaal wel wat de wethouder doet? Klopt hij zélf eigenlijk wel? (Vaak kloppen de berichten over de wethouder en zijn persoontje nét niet helemaal. En ook daar kun je niet altijd iets aan doen…)

Een grote fout die je nu kunt maken is overcompenseren, laten zien dat je ondanks je positie heus nog wel, echt wel, een gewone, getapte gozer (m/v) bent. Dat de wethouder misschien een moeilijke beslissing nam, maar dat jij als jezelf nog steeds… ja, wát eigenlijk?

Bespaar je de moeite. Maak hún verwarring niet de jouwe. Realiseer je dat je 24 uur per dag wethouder bent – en leef daarnaar. Dat maakt je niet arrogant. Het houdt je betrouwbaar, rolzuiver en rolvast.

Je bent niet ‘één van hen’
Veel van de ambtenaren die zich met de onderwerpen in jouw portefeuille bezighouden kijken je naar de ogen. Als jij tevreden bent, zijn zij dat meestal ook. Vergis je niet: daar zijn ze soms meer mee bezig dan op de lange termijn goed is voor jou en het beleid dat je afscheidt. Ze vergeten soms even dat de gemeenteraad jóúw baas is en de gemeentesecretaris de hunne. Jij hebt niets over hen te zeggen en zij zijn niet jouw collega’s.

Houd daarom op tijd afstand. Je bent niet hun baas maar wel hun meerdere. Besef dat ze in jouw bijzijn niet helemaal zichzelf kunnen of durven zijn. Zoek je steun bij mensen die begrijpen hoe complex jouw functie is zonder dat ze rechtstreeks iets van je moeten of willen.

Laat je helpen
Natuurlijk bekruipen ook jou twijfels. Wees zorgvuldig en terughoudend in het delen daarvan. Creëer een clubje van mee- en tegendenkers dat je alles mag zeggen, dat tegen jouw stootjes kan en immer discreet is. Als je geluk hebt, vind je een eerste bescherming in het college zelf – al is dat zeker geen uitgemaakte zaak.

Maak bij het vinden van hulp onderscheid tussen privévrienden, partijgenoten en onafhankelijke adviseurs. De eersten zijn, als ze al weten waar je mee te dealen hebt, misschien niet altijd voldoende bruut tegen je. De tweeden hebben hun eigen agenda (en kunnen jou als hun vooruitgeschoven post zien – kijk uit!). Adviseurs ten slotte kunnen enorm in kwaliteit verschillen. Zoek ze uit op onafhankelijkheid, eerlijkheid en moraliteit. (Krijg je jeuk van die termen? Vraag je dan af of je zelf wel zo geschikt bent voor wat je wilt gaan doen…)

Karakter
Het vergt een sterk karakter en een gezond zelfbeeld om als openbaar bestuurder jezelf te blijven. Om niet te gaan geloven dat jij en je ambt ondeelbaar één zijn. Dat kan iedere oud-wethouder of -burgemeester je vertellen die na zijn aftreden van de ene op de andere dag stukken minder hoog op de ‘Uit te nodigen’-lijstjes prijkte.

(En bovenal: dank je wel! Dank je wel, ook namens de mensen die zich niet langer dan één seconde in het openbaar bestuur verdiepen, dat je het doen wilt. Het is een zware, moeilijke post – fijn dat je je eraan waagt. Succes!)