In de smaak vallen
Veel bestuurders en leiders willen in de smaak vallen. Als ze vrezen niet langer gepruimd te worden gaan ze vaak overcompenseren.
Iedereen die het horen wil, vertellen ze hoe innovatief, initiatiefrijk, verbindend en aangesloten ze wel niet zijn. Op feestjes zijn ze het getapte kereltje (m/v), o zo benaderbaar en vriendelijk. En moet je eens zien wat ze intussen allemaal wel niet bereikt hebben voor de samenleving, zie dan!
De onzekerheid die hen tot het zichzelf luidkeels manifesteren brengt spreekt helaas luider. Hoe meer ze “Ik ben best stiekem best wel gewéldig!” willen uitstralen, hoe ijler het resultaat. Ze maken zich slaaf van wat ze denken dat anderen van hen denken en draaien zichzelf daarmee almaar vaster in gepieker, op niks af en over de verkeerde dingen.
Tweeling
Het mechanisme laat zich het best met een voorbeeld illustreren: een eeneiige tweeling, type fotomodel, staat in een grote ruimte. De linker oogt onzeker, de rechter denkt er geen moment aan te twijfelen aan de eigen aantrekkelijkheid. Laat een groep mensen binnen. Wie vinden ze ‘het leukst’, denk je?
In de tweede ronde (nieuw publiek) wisselen beide van plaats én mogen tekst gebruiken. De rechter zegt nu steeds van mensen te horen hoogst aantrekkelijk te zijn. En charmant en knap en verzorgd bovendien. Die links drinkt een biertje en informeert achteloos hoe het ermee gaat.
In de derde en laatste ronde (weer wisselen ze) bevraagt de linker gasten over wat zíj dan aantrekkelijk vinden en daagt gesprekspartners uit aan te tonen aan welke criteria niet voldoende voldaan zou zijn. De rechter laat per ongeluk een boer en lacht zelf het hardst.
Moraal: hoe minder aandacht je aan randzaken als ‘Vinden ze me wel leuk genoeg?’ besteedt, hoe groter de kans dat ze je mogen.
En anders maar niet.
(Het voorbeeld werkt waarschijnlijk beter als je er, naar eigen voorkeur, ‘een lekker ding’ bij denkt.)

